Toolbox bewegingsvrijheid
Samen met bewoners werken aan alternatieven voor de (eigen) auto
Hoe laten we het mobiliteitsaanbod aansluiten op bewonersbehoeften in de snel verdichtende stad?
Toolbox bewegingsvrijheid in het kort
Auto’s nemen door parkeerplaatsen en wegen veel ruimte in beslag. En precies die ruimte wordt in de stad steeds schaarser. Steeds vaker onderzoeken steden en (nieuwbouw)woonwijken daarom alternatieve vervoersopties. Dat geldt ook voor Buurtschap te Veld in Eindhoven. Maar geen eigen auto voor de deur is voor veel mensen een ingrijpende verandering. Hoe ondersteunen we deze transitie zodat iedere bewoner voldoende bewegingsvrijheid houdt?
Over de initiatiefnemers
Cocosmos
Onderzoeks- en ontwerpbureau cocosmos is gespecialiseerd in cocreatie en onderzoek bij maatschappelijke vraagstukken. Het bureau werkt vanuit de visie dat bewoners, ondernemers en bezoekers samen de stad maken. Met hun creatieve onderzoeksaanpak creëren de ontwerpers van cocosmos ervaringen en interventies waar ze (latente) wensen en behoeften mee naar boven halen. Resultaten die ze vervolgens op een creatieve, prikkelende manier overbrengen op hun opdrachtgevers, of andere partijen die over de inzichten moeten weten. De inzichten en adviezen zijn kort en praktisch, zodat beleidsmakers er meteen mee aan de slag kunnen.
Kijk voor meer informatie op cocosmos.nl‘‘Deelmobiliteit vervangt in een steeds dichter wordende stad steeds vaker parkeerplaatsen. Voor ’thuis is het belangrijk dat ook onze bewoners hierin mee kunnen doen.’’Stef Verhoeven | Woonstichting 'thuis
Over het proces
Het idee
In Buurtschap te Veld staan straks 670 woningen. De filosofie van een groene woonplek met gedeelde voorzieningen staat of valt met de bereidwilligheid en het enthousiasme van bewoners. Zonder hen lukt het niet.
Deelvervoer bestaat al vele jaren, maar is lang niet bij iedereen ingeburgerd. Onbekend maakt onbemind: bewoners zien drempels en ze maken zich zorgen. Deze vorm van vervoer werkt namelijk anders dan een eigen auto: bij deelvervoer betaal je per rit en heb je soms een abonnement nodig. Je maakt samen met anderen gebruik van de vervoersmiddelen. En hoe zit het eigenlijk met verzekeringen en schade?In plaats van meteen te kijken naar oplossingen, zoomde cocosmos eerst uit: wat speelt er nu eigenlijk in Buurtschap te Veld? Wie wonen er in het buurtschap en hoe reizen deze mensen? Wat voor middelen gebruiken ze daar al voor? En: welke drempels zien zij en welke aannames hebben ze? Begrijpen ze de impact van minder parkeerplaatsen, en welke mogelijkheden zien ze? Wat zijn hun wensen en behoeften daarin?
‘‘Tijdens de interventies ontstonden mooie gesprekken. Weerstand veranderde in creativiteit: Hé, zo kan het dus ook.’’Renske van den Brand | Gemeente Eindhoven
Het plan
Voor het onderzoek in Buurtschap te Veld ontwikkelde cocosmos in totaal tien creatieve interventies. Zo achterhaalden ze hoe bewoners dachten en spraken over het vraagstuk. Ze organiseerden bijvoorbeeld uitprobeerdagen waarop bewoners het volledige lokale aanbod van deelvervoer uitprobeerden onder begeleiding van experts. Samen met bewoners maakten ze een hypothetische mobiliteitskaart, met daarop de dagelijkse reizen die buren verwachtten te maken. Zat daar overlap? Konden ze carpoolen, of sloot deelvervoer aan? En welke andere mogelijkheden zagen bewoners?
Met een derde interventie legden de onderzoekers de vinger op de zere plek: minder parkeerplekken dan woningen. Tijdens een workshop markeerde cocosmos met tape het daadwerkelijke aantal parkeerplekken voor een buurtkamer op de grond: 28 vakken voor 40 woningen. Dat deden ze tijdens de sleuteloverdracht en info-avond voor alle inwoners van die buurtkamer. Autobezitters mochten ieder zo’n getapete parkeerplek innemen. Zo ervoeren ze hoe druk het werd op de parkeerplaats. En dan waren er in deze fictieve situatie nog niet eens familieleden of vrienden met een auto op bezoek, merkten de toekomstige bewoners zelf op.Door het vraagstuk te ervaren alsof zij zelf hun auto waren, staand in de vakken van tape op de grond, voelden bewoners wat dit voor hen betekende. Het werd concreet. Het zette hen aan het denken en bewoners spraken erover met elkaar en met de verhuurder. De workshop leverde ook inzichten op voor het onderzoeksteam: ze hoorden uit eerste hand wat bewoners belangrijk vonden en welke oplossingen zij zélf zagen. Zoals dat sommige mensen geen parkeervak voor de deur lastig vonden, omdat ze hun zware boodschappen dan moesten dragen. En: dat mensen het gemis van een eigen auto lastig vonden omdat ze niet durfden te vertrouwen op deelvervoer voor hun ritten.
Niet meer automatisch in de (eigen) auto stappen: voor veel mensen was dat een flinke gedragsverandering. Dat riep weerstand op. Ontwerpend onderzoek hielp bewoners om samen andere mogelijkheden te ontdekken. Om eerst zélf in te zien waarom het anders moest. En vervolgens samen na te denken over oplossingen die net zo goed pasten als die eigen auto voor de deur.
Ook bracht cocosmos met interventies de drempels of zorgen van bewoners over deelvervoer in kaart. Wat hield hen tegen om deelvervoer te gebruiken? Zo bleek bijvoorbeeld dat bewoners deelvervoer ondoorzichtig vonden. Wat is kostentechnisch de beste optie, en welke manier is het duurzaamst? Verder was er angst voor verrommeling (deelscooters en -fietsen op willekeurige plekken in het buurtschap), maakten bewoners zich zorgen over hygiëne en bleek de angst voor schadeclaims en lastige verzekeringskwesties een drempel.
‘‘Deze vraag gaat om iets fundamentelers dan alleen een (eigen) auto voor de deur: zelfbeschikking, flexibiliteit, sociale verbinding en economische kansen. Wij spreken daarom liever over bewegingsvrijheid.’’Lianne Daan | cocosmos
De uitvoering
Op basis van de uitkomsten van de interventies ontwikkelde cocosmos een prototype van een mobiliteitshub. De ontwerpers maakten dit prototype bewust van hout: zo konden ze de hub nog gemakkelijk aanpassen en straalde het ook tijdelijkheid en veranderlijkheid uit. Want ook dat is ontwerpend onderzoek: in de praktijk uitproberen en testen of het prototype werkt en aanpassen waar nodig. Daardoor legde cocosmos inzichten bloot over het ontwerp zelf, over de dienstverlening door aanbieders van deelvervoer, over het onderliggende gemeentelijk beleid, over beheersafspraken voor woningcorporaties en over (sociale) afspraken in het buurtschap. Ook kwamen ze erachter dat meerwaarde van een hub voor buurtbewoners breder is dan alleen deelvervoer. In Buurtschap te Veld voegde cocosmos bijvoorbeeld ook een deelkast toe en er kwam een pakketpunt. Na voldoende testen en aanpassen, voerden ze een prototype van de hub uit in staal – als laatste stap naar de definitieve mobiliteitshub.
Gedurende het onderzoek monitorde cocosmos wat er gebeurde: welke vormen van deelvervoer gebruikten bewoners en welke niet? Hoe reageerden bewoners en welke vragen hadden ze? Welk effect hadden de ‘uitprobeerdagen’ van deelvervoer in Buurtschap te Veld op het gebruik? Met deze bevindingen onder de arm verrijkte het onderzoeksteam van cocosmos de mobiliteitshubs steeds verder. Zoals met een reiswijzer, een soort metrokaart met zones, met per vervoermiddel de kosten, uitstoot en tijdsduur van een rit. Deze wijzer hielp bewoners zélf een afweging te maken voor deelvervoer. Ook ontwierp cocosmos speciale stallingen bij de hub, waar bewoners de deelscooters en -fietsen na gebruik konden plaatsen. De interventies brachten bewoners ook op een andere manier in beweging. Zo startte een groep buren met een eigen, gezamenlijke deelauto, als een voor hen wenselijker alternatief voor deelvervoer. Een interessante ontwikkeling: het laat zien dat deelvervoer ook buiten de commerciële aanbieders om kan.
Tijdens het onderzoek werden de mobiliteitshubs omgedoopt tot deelhubs. Bij de hubs delen bewoners nu onder meer gereedschap, boeken en speelgoed in een door cocosmos ontworpen deelkast. Ook kwam er een pakketpunt. Handig, want pakketbezorgers mogen met hun bus niet in de autovrije buurtkamers van Buurtschap te Veld.
Het resultaat
Door de interventies van cocosmos voelden bewoners zich gezien en gehoord. Een auto voor de deur was nog steeds niet mogelijk, maar bewoners dachten wel mee. Ze onderzochten hun wensen en oplossingsrichtingen samen met cocosmos, en werkten zo mee aan hun eigen, passende deelhubs.
Het onderzoek liet bovendien zien dat een autovrije wijk niet gaat over het plaatsen van alleen een paar mobiliteitshubs en klaar. Wil je écht aansluiten bij behoeften van bewoners, dan moet je flexibel zijn. Dat geldt voor alle betrokken partijen. Neem een voorbeeld uit dit onderzoek: de bolderkarren bij de deelhubs. De woningcorporaties doneerden ze aan het buurtschap. Dat was de beste oplossing. Zouden ze de karren als dienst aanbieden, dan kwam er ook onderhoud en beheer bij. Door de karren aan Buurtschap te Veld te schenken, zijn bewoners hier zelf verantwoordelijk voor (en dat wilden ze ook graag). Ook spraken cocosmos, de gemeente en de woningcorporaties tijdelijke kortingen af met de aanbieders van deelvervoer en zorgden ze dat deze partijen in de eerste periode de voorraad aanvulde en rechtzette. Zo wenden bewoners tegen lagere kosten aan deelvervoer en toonden de aanbieders hoe ze de vervoersmiddelen correct in de stalling plaatsten.
Wijken waar minder parkeerplekken dan woningen zijn: dat geldt voor steeds meer steden. Daarom beschreef cocosmos het onderzoek in Buurtschap te Veld en de resultaten in een whitepaper. De belangrijkste uitkomsten zijn bruikbaar voor andere wijken als startpunt voor de ruimtelijke inrichting én als ‘onboardingproces’ voor bewoners. De tien verschillende interventies uit het onderzoek staan met een stappenplan op een interventiekaart. In de toolbox vinden bewoners, beleidsmakers en ontwikkelaars concrete activiteiten en tips om van een autoluwe wijk een succes te maken. Om de meerwaarde te ontdekken en om de bijkomende diensten, sociale afspraken en beleidswijzigingen te organiseren met een projectteam. En dat werkt: cocosmos inspireerde met de toolbox bijvoorbeeld het gehele ambtenarenteam (meer dan twintig personen) van de afdeling Slimme en Groene mobiliteit van gemeente Eindhoven. Zij nemen de interventies nu al mee in hun dagelijks werk en in lopende projecten. Het helpt ze om breder te kijken. En dat is belangrijk. Want als iets blijkt uit het ontwerpend onderzoek in Buurtschap te Veld, is het wel dat alleen het plaatsen van een deelhub niet genoeg is om deelvervoer te laten slagen in een wijk.
Interessante links
Contactpersonen
Meer weten?
De frisse blik van een ontwerper zorgt voor verrassende oplossingen voor de meest uiteenlopende uitdagingen. Wil je meer weten over de mogelijkheden van ontwerpkracht voor jouw project?
Neem contact met ons op!